De impact van biociden en dierengeneesmiddelen op de kwaliteit van het oppervlaktewater moeten niet worden onderschat. Dat zegt Fons Röttgering van de Unie van Waterschappen in een interview met Greenity. De Unie van Waterschappen zet daarom in op een uitbreiding van de biocidemonitoring.
Een aantal werkzame stoffen komt zowel voor in biociden, diergeneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen. Echter, een exacte hoeveelheid is lastig aan te geven weet Röttgering. „Er is voornamelijk overlap bij stoffen die gebruikt worden als insectenbestrijdingsmiddel, zoals spinosad en permethrin, die zowel in gewasbeschermingsmiddelen als in biociden voorkomen. Ook zijn er voorbeelden van stoffen, zoals fipronil en imidacloprid, die verboden zijn in de landbouw, maar nog wel zijn toegestaan in biociden en diergeneesmiddelen. Bij fipronil en imidacloprid zien we dat deze stoffen nog steeds tot normoverschrijdingen leiden in het water. Daarom moet de impact van biociden en diergeneesmiddelen niet worden onderschat”, aldus Röttgering in Greenity nummer 209 die deze week uitkomt.
