Nicolle Boerma houdt van tuintjes: lineair geschikt bloemwerk dat er natuurlijk uitziet. Als een echt tuintje. Het mag er dan eenvoudig uitzien, makkelijk is deze techniek volgens haar allerminst. „Er moet rust en balans zijn. Er moet een kabouter tussendoor kunnen lopen.”
Nicolle Boerma (56) is de vierde generatie bloembinder en tweede generatie docent bloemschikken in haar familie. Ze gaf ruim twintig jaar les in het Boerma Instituut van haar ouders, waarna ze twintig jaar geleden samen met haar man Joop Overhand haar eigen opleidingscentrum begon: After All in Budel-Dorplein. „Ik vind het heel belangrijk de kennis en ervaring van veertig jaar door te geven.”
Nicolle maakte voor dit nummer lineaire boeketten en Nederlandse ’tuintjes’ als afscheidsbloemwerk. Die tuintjes vergen weer heel andere technieken en vaardigheden dan het klassieke werk, en die leert ze haar cursisten ook. „Wat je nu veel ziet, zijn de klassieke rouwstukken in een nieuw jasje met veel kleur. Met klassiek bedoel ik materialen van hetzelfde soort zo goed mogelijk verdelen over het hele arrangement. Vroeger was dat heel strak en stijf, nu speelser en losser, maar dat is het enige verschil. Ik vind het belangrijk dat onze cursisten alle stijlen en technieken leren. Daar horen ook een lineaire schikking en een tuintje bij. Als je alle technieken en stijlen beheerst, kun je altijd met de trend mee.”
