Rob Baan nam in 2002 het bedrijf Koppert Cress in Monster over. Onder zijn leiding groeide de kwekerij uit tot een miljoenenbedrijf. Baan zelf werd een van de boegbeelden van de glastuinbouwsector. Vorig jaar heeft hij het stokje overgedragen aan zijn zoon Stijn. Wat hebben de openheid en de publiciteit hem gebracht?
Je bent een boegbeeld van de sector. Is dat een bewuste keuze geweest?
„Ja, daar heb ik heel hard mijn best voor gedaan. Tot 2000 heb ik voor Syngenta in de groentezaden gewerkt in Azië. Daarna ben ik in het Westland begonnen bij een klein bedrijfje met cressen. Niemand kende mij in Europa. Toen ik de kwekerij in 2002 overnam van Gerrit Koppert, kon ik het op mijn eigen manier gaan doen. Ik heb overal advies ingewonnen. Meestal ging het om technische dingen, maar het beste advies kreeg ik van Jan van der Linden, adviseur bij Syntens. Hij zei: ’Niemand kent Koppert Cress en niemand kent jou. Rob Baan kun je overal mee naar toe nemen, je bedrijf niet. Ik zie dat je goed kunt vertellen. Dus zorg dat je zelf bekend wordt.’ Daar ben ik fanatiek aan gaan werken. Ik hield lezingen voor koks, schreef columns, richtte 24 Kitchen op, en zocht zoveel mogelijk bekendheid. Alles om het bedrijf op de kaart te zetten. Voor dat advies ben ik nog steeds dankbaar.”
