De tuinbouw moet volgens Gerben Messelink, buitengewoon hoogleraar biologische plaagbestrijding glastuinbouw, meebewegen met de grotere behoefte aan biodiversiteit. Het is een beweging die veel aandacht krijgt en waar de sector hoe dan ook mee te maken krijgt. Provincies, gemeentes en waterschappen zijn bijvoorbeeld bezig met groen-blauwe dooradering van landschappen, soms dwars door tuinbouwgebieden heen. Of bij het bermbeheer wordt meer ruimte gegeven voor biodiversiteit. „Het is verstandig dat de sector meepraat en meedenkt om de implementatie van biodiversiteit zo te doen dat het zo min mogelijk risico’s geeft voor teelten in kassen.”
Vier jaar onderzoek naar functionele biodiversiteit in en om de kas toont aan dat met aanleg van biodiversiteit de aantallen en de soortenrijkdom van natuurlijke vijanden en bestuivers sterk toeneemt. Met meer bloemen neemt echter ook de tripsdruk toe in deze velden, maar er zijn nog geen aanwijzingen dat dit ook leidt tot meer trips in de kas. Naast trips, worden ook enorme toenames van tripspredatoren zoals roofwantsen en rooftripsen waargenomen.
Functionele biodiversiteit in en om de kas wordt een ander verhaal bij plaatsing van insectengaas, geeft Messelink toe. „De meerderheid van de bedrijven is echter nog steeds niet afgegaasd. Verder hoeft het een het ander niet uit te sluiten. De interactie binnen-buiten is met afgazen minder, maar nog steeds zijn natuurlijke vijanden te verzamelen vanuit biodiversiteitsstroken en in te zetten in kasteelten. Dit onderzoeken we in het project ’Biodiversiteit in en om de kas’. En natuurlijke draag je bij aan het algemeen belang van biodiversiteit, wat een doel op zich kan zijn.”
