Een nieuwe kleur, een grotere bloem – deze eigenschappen zitten vaak al verscholen in het bestaande sortiment van de veredelaar. Maar voor nieuwe resistenties tegen ziekten en plagen kan het nodig zijn om eigenschappen van wilde rassen in te kruisen. Die wilde rassen zijn vaak te vinden in landen waar deze cultivars oorspronkelijk vandaan komen. En daar begint de moeilijkheid.
Vroeger zat de wereld eenvoudiger in elkaar. Je vond een mooie bloem in het oerwoud, nam de zaden mee in de koffer, kweekte ze op, veredelde er verder mee en bracht het resultaat in Nederland op de markt. Tegenwoordig kan dat niet meer zomaar. Wie genetisch materiaal uit het buitenland wil gebruiken, krijgt te maken met internationale afspraken en nationale wetgeving.
Door de groeiende aandacht voor resistentieveredeling neemt ook de behoefte aan wilde verwanten en oorspronkelijk plantmateriaal toe. Resistenties kunnen in het veredelingsproces verloren zijn gegaan, of ze zitten niet in het bestaande commerciële sortiment.
