Het aantal met knolcyperus besmette percelen neemt toe. Daarbij is het vaak gissen naar de oorzaak. Het groeiende gebruik van compost wordt door kwekers als een van de mogelijke oorzaken gezien. Terecht? Daar is onderzoek naar gedaan, net als naar andere routes waarmee het onkruid zich kan verspreiden.
Knolcyperus vermeerdert zich door worteluitlopers en pitten, knolletjes die het ondergronds maakt. En met name die pitjes zijn het probleem: de plant kan in een jaar wel 8.000 pitjes maken. Die vormen stuk voor stuk weer de basis voor nieuwe planten. Bovendien reizen die pitjes makkelijk mee met plantmateriaal, waardoor nieuwe percelen ’besmet’ raken met het ’onkruid’.
„Grofweg gaat het om 100.000 ha besmette grond in Nederland en België”, aldus bodemspecialist Aad Temorshuizen van het gelijknamige consultancybedrijf. Officieel zijn er in Nederland ruim 500 officiële teeltverboden vanwege besmetting met knolcyperus, goed voor een kleine 800 ha. Het overgrote deel daarvan, ongeveer twee derde, ligt in Limburg en Brabant. In Nederland dook het onkruid in 1970 op. Sinds 1984 is er een officieel bestrijdingsprogramma. Desondanks breidt het areaal steeds verder uit. De Bloembollenkeuringsdienst (BKD) meldt in haar jaarverslag over 2024 dat er dat jaar op 70 percelen door het hele land knolcyperus is gevonden. Dit is meer dan in voorgaande jaren.
