Vijf jaar geleden was insectengaas bijna alleen nog te vinden in zaad- en opkweekbedrijven, en bij een enkele productietuinder. Inmiddels zijn er al veel bedrijven die het hebben aangeschaft of daarover nadenken. Dat is ook niet zo gek, gezien de krimp van het gewasbeschermingsmiddelenpakket. Het lijkt de standaard te worden. Waar moet je rekening mee houden als je overweegt om gaas te installeren?
Volgend jaar zijn alle integreerbare rupsenmiddelen uit de handel gehaald. Runner en Nocturn gaan er eind dit jaar al uit; Verismo mag nog tot juni 2026 worden gebruikt. Worden er geen alternatieve maatregelen genomen, dan zullen er enorme problemen ontstaan, verwachten adviseurs. Er zijn nog wel een paar breedwerkende middelen over, maar die verstoren het hele biologische systeem. En rupsen zijn niet de enige dreiging; ook wantsen, cicaden en andere lastposten zijn moeilijk te bestrijden. Een van de opties die nog overblijven is insectengaas.
De basis voor de huidige populariteit van insectengaas ligt bij het driejarig onderzoek van Glastuinbouw Nederland naar het effect van gaas in diverse teelten. Dit onderzoek is uitgevoerd door toeleverancier Van Iperen. Hierin werden de verschillen in plaagdruk met en zonder gaas duidelijk, en ook werd aangetoond dat het klimaat geen probleem hoeft te zijn. „Gaas is echt de oplossing voor grotere insecten”, zegt Guido Halbersma, adviseur bij Van Iperen. „De meeste chrysantenkwekers hoeven nooit meer te spuiten tegen rupsen, wantsen, cicaden en mineervliegen. Op bedrijven zonder gaas zijn die nog steeds te vinden.” Hij noemt het een ’nobrainer’.
