Royal FloraHolland doet kleinschalige lid-kwekers een aanbod om te starten met digitale milieuregistratie en binnen een jaar een milieucertificaat te behalen. Of het kleine kwekers daadwerkelijk over de streep trek valt te bezien. „De wereld wordt niet beter van certificering, het is show.”
‘Nee’. ‘Neeee’. ‘Nope’. ‘ik doe als laatste mee’. ‘Al zou het 1000 euro wezen, ik zou evengoed niet meedoen’. ‘Geen haar op mijn hoofd’ ‘Ik ga het niet doen, 350 euro is een fooi’. ‘Nee, onze bedrijfsgevoelige data is niet te koop’. ‘Pas bij de laatste galg ga ik kiezen’. ‘Zonde van ons coöperatiegeld’.
De reacties in de Facebookgroep Kwekers tegen verplichte certificering zijn helder. Dezelfde dag dat RFH bekend maakte kleine kwekers een eenmalig aanbod te doen in de vorm van persoonlijke begeleiding door het hele proces van certificering, én een financiële tegemoetkoming van €350, werd deze geste in de Facebookgroep geplaatst met de vraag: gaan mensen hier gebruik van maken?
Wat volgde waren louter negatieve reacties. Kwekers in de Facebookgroep zijn niet genegen om alsnog digitaal te registreren en een milieucertificaat te halen. Voordat het bericht op Facebook gedeeld werd laat zomerbloemenkweker Cees Kralt weten dat een hoop kwekers de 350 euro en begeleiding van RFH mogelijk als een klein duwtje in de rug zouden ervaren. De Rijnsburger haast zich erbij te zeggen dat hij geen psychologie heeft gestudeerd.
Het blijft duur
De stimulans van RFH trekt Kralt, initiatiefnemer van de Facebookgroep, in ieder geval niet over de streep. Volgens hem heeft de praktijk aangetoond dat de vijf redenen die RFH aanvoert voor verplichte certificering aantoonbaar niet waar zijn. Het zou zorgen voor een betere prijs, onderscheid, de markt wil het, de consument wil het en het voorkomt negatieve berichten in de media. Kralt zegt dat daar niets van klopt.
Een rondje bellen leert dat meerdere kleine kwekers niet enthousiast zijn over de regeling. Het aanbod van RFH haalt bovendien de bezwaren tegen certificering niet weg. Een van de bezwaren is dat certificering voor kleine kwekers duur is, en dat blijft zo, ook als ze een tegemoetkoming van 350 euro in de kosten krijgen.
Wim Padmos is kweker in Rockanje, hij teelt onder meer ranonkel en allium. Tot voor kort was hij MPS gecertificeerd, maar zegde het op. Dat was toen de veiling in maart 2021 aangaf niet te gaan handhaven. RFH nam een time out om invoering van verplichte milieuregistratie en verplichte milieucertificering opnieuw te bekijken. Veilingaanvoerders die nog niet waren gestart met digitale milieuregistratie kregen tot nader order geen sanctie opgelegd.
Tenenkrommend
15 jaar lang hield Padmos MPS bij, maar kwam er sinds er twee jaar terug een nieuw programma kwam, niet meer uit. Ook met hulp niet. Het intrekken van de ‘sanctiekeutel’ was voor Padmos aanleiding om te stoppen met MPS. Het bespaart hem een hoop geld.
Padmos rekent voor. „Ik zat in het goedkoopste tarief omdat ik een klein bedrijf en geen personeel heb. Jaarlijks was ik 1200 tot 1300 euro kwijt en daar kwam voor controle nog eens 90 euro bij. Dat hakt erin.” Padmos houdt de gegevens die hij normaal in het programma van MPS probeerde in te voeren nu zelf bij. Stikstofverbruik laat hij via Uitvoeringsorganisatie Integrale Milieu Taakstelling (UO) berekenen. Dat is gratis, bij MPS betaalde hij daarvoor.
‘Mijn type kweker wordt in
een hoek gedreven’
Theo Vlaar is een andere kweker die aangeeft dat certificering duur is. De teler van zantedeschia en bijzondere bolgewassen in Heerhugowaard noemt het triest dat 350 euro hem over de streep zou moeten trekken. „Wij telen zonder kunstmest en klimaatneutraal. We gebruiken hooguit twee kilo insecticide per jaar. We zouden meer kwijt zijn aan certificering dan aan insecticide. Ik zou dertien keer per jaar moeten rapporteren terwijl er niets te rapporteren valt. En dan komt er ook nog jaarlijks zo’n mannetje mij van mijn werk houden. Het is tenenkrommend.”
Vlaar heeft sterk de indruk dat RFH met de inzet op (verplichte) certificering kleine kwekers de tent uit treitert. „Dan krijg ik zo’n schijnheilige mail van de veiling dat we zo belangrijk zijn. Mijn type kweker wordt in een hoek gedreven. Ik kan alleen maar zeggen dat Royal FloraHolland fout bezig is. Ik heb nog de zegen van de ouderdom, als ik 30 was zou ik serieus overwegen mijn tent te sluiten. Je bent niet meer welkom in deze wereld als kleine kweker. Het zijn juist de kleine kwekers die heel milieubewust bezig zijn.”
Greenwashing
Vlaar komt met nog een argument tegen certificering. Het draagt niet bij aan het milieu, het is optisch. Hij noemt de term greenwashing.
Bas den Bleker is ook van mening dat digitale registratie en certificering niet bijdraagt aan een beter milieu. De delphiniumkweker uit Wateringen gaat geen druppel minder spuiten als hij gecertificeerd zou zijn. „De wereld wordt er niet beter van. Het is show. Als Royal FloraHolland echt het milieu zou willen verbeteren dan moet ze stoppen met eenmalig fust. Maar dat doet ze niet, want dat is een verdienmodel. Of ze zou heel cru tegen kwekers die veel stoken moeten zeggen, we willen jullie producten niet meer op de veiling. Daar valt veel meer milieuwinst te behalen. Certificering brengt mij niks en niemand wat en ik krijg er ook geen cent meer door voor mijn product.”
Volgens RFH wordt duurzaamheid echter steeds belangrijker in de maatschappij, zowel bij bedrijven als consumenten. „Ook vanuit Royal FloraHolland zien we een toenemende en steeds dwingender vraag van kopers naar milieucertificering om aan te tonen dat zij verantwoord inkopen. Veel kwekers voldoen al aan hoge duurzaamheidseisen en het aantal leden van Royal FloraHolland met een milieucertificaat groeit. Het percentage kleinschalige lid-kwekers met een milieucertificaat blijft nog achter”, stelt de veiling.
Grote onzin
De kleine kwekers ervaren echter dat er bij hun afnemers geen vraag is naar certificering. Wel bij de retail, maar bij hun afnemers niet. De handel committeerde zich bovendien niet aan het convenant 100% duurzame inkoop. Kralt noemt het een onzinverhaal dat de consument en de markt erom vragen. De drang van certificering komt volgens hem van boven, van de EU en de Europese Green Deal, niet van zijn afnemers of de maatschappij.
Kweker André Knoppert uit ’s-Gravenzande is gecertificeerd. Hij was het oneens met verplichte certificering en is dat nog steeds, vertelt hij. Maar lidmaatschap van Decorum Company dwong hem tot certificering met MPS en Global Gap. „Ik vind het nog steeds grote onzin. De handel regelt het zelf wel. Het is geen taak van de veiling. De veiling moet alleen maar zorgen dat we een zo’n goed mogelijke prijs voor onze producten krijgen. De handel heeft niet meer geld over voor gecertificeerde producten ”
‘Kleine tuinders zijn de smeerolie
van het veilingsysteem’
Knoppert ervaart dat zijn afnemers bijna niet naar certificering vragen. De kopers van zijn chrysanten vragen er nooit naar. Bij zijn potanjers gebeurde dat een keer. „Ik vind verplichte certificering een lachertje. Laat Royal FloraHolland andere problemen oplossen in plaats van dit. Ze denken blijkbaar dat ze kleine tuinders niet nodig hebben. Maar kleine tuinders zijn de smeerolie van het veilingsysteem.”
Markt vraagt er niet om
Ook Vlaar en Padmos ervaren dat de handel er niet naar vraagt. Om iets te doen omdat RFH het wil, gaat Vlaar veel te ver. Padmos belde zijn belangrijkste kopers toen hij stopte met MPS. Daar zitten ook heel grote kopers tussen. „Mijn belangrijkste kopers gaven aan dat ze niks met certificering doen. Ik teel verschillende producten, draai met de hoogste prijzen mee en heb een goede naam op de veiling. Ik geef aan dat ik niet gecertificeerd ben en hoor er niemand over.”
Utrechtenaar Maurits Keppel veilt zijn zomerbloemen op Plantion en Royal FloraHolland Aalsmeer. Van RFH is hij lid, in Ede is hij gastlid. Gecertificeerd is hij niet meer, sinds drie jaar. Ook hij ervaart dat de markt er niet om vraagt. Grote bedrijven bellen hem om te vragen of ze zijn bloemen mogen vermarkten. Grote handelaren kopen graag bloemen van hem zonder dat ze naar een milieucertificaat vragen.
De mail met de ‘tegemoetkoming van RFH had Keppel niet verwacht. Maart vorig jaar was er bij de groep kwekers die tegen verplichte certificering zijn de hoop dat het uitstel van de handhaving op verplichte digitale milieuregistratie en verplichte certificering zou leiden tot afstel. Dat lijkt nu ijdele hoop. De directie van RFH lijkt de strijd niet op te geven.
Transparant
Steven van Schilfgaarde, CEO van Royal FloraHolland verwacht dat de wettelijke kaders rondom duurzaamheid alleen maar verder toenemen. „Daarom kunnen we vanuit de sector beter zelf het heft in handen nemen, wat ook al op veel terreinen gebeurt. Met milieucertificaten zijn we transparant naar de markt over de productiewijze van onze bloemen en planten. Zo tonen we aan dat onze producten zijn gekweekt met respect voor mens en milieu.”
Of het afstel wordt of dat RFH verplichting doorzet is nog niet bekend. RFH besluit in het najaar van 2022, anderhalf jaar na de aankondiging van de vernieuwde aanpak gericht op stimuleren en begeleiden, wat de vervolgstappen zullen zijn.
