Augusto Solano, kopstuk van de internationale bloemenhandel, vertrekt in een turbulente tijd. Colombia heeft in de kwart eeuw dat hij Asocolflores leidde zijn positie als bloemenland nummer twee geconsolideerd. Het klinkt saaier dan het is, want Solano begon in een periode vol perikelen en bij zijn vertrek is dat niet anders.
Nooit een saai moment. Dat geldt als een cliché, maar het is gewoon de waarheid als je de carrière van Augusto Solano bij de belangenorganisatie voor Colombiaanse bloemenexporteurs Asocolflores bekijkt. Momenteel heeft de sierteelt in Colombia te maken met stijgende kosten door hogere lonen, een nieuwe nationale belasting en transportkosten. Een kwart eeuw geleden kampten exporteurs met 9/11, het bankroet van een groot handelsbedrijf en de waarde(stijging) van de peso.
Solano over de recente ontwikkelingen: „De regering wil een belasting op het eigen vermogen, de nettowaarde van het bedrijf, invoeren. Die is onafhankelijk van de winst. Zelfs als het bedrijf verlies lijdt, moet deze belasting worden betaald. Het tarief varieert van 1% tot 3%, afhankelijk van de grootte van het bedrijf. Het gaat dus om de waarde van alle bezittingen zoals kassen en dergelijke. De belasting geldt vanaf een nettowaarde van 2,5 miljoen dollar. Maar een of twee landen in de wereld hebben met een dergelijke belasting te maken.”
