De overheid steekt de hand in eigen boezem als het gaat om de polarisatie die is ontstaan rondom het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. „We hebben te laat de regie genomen in het gewasbeschermingsbeleid en dat gaan we nu doen met het convenant Gewasbescherming”, zo zei staatssecretaris Silvio Erkens (VVD) gisterenavond tegenover Nieuwsuur.
De aanleiding van het item in Nieuwsuur gisteren (vanaf ongeveer 18 minuten) was de aftrap gisteren in Geldermalsen van de gesprekken met partijen over het nieuwe convenant. Hiermee moeten er voor het eind van het jaar hele concrete afspraken per sector liggen. Bij de gesprekken zijn volgens Erkens alle partijen betrokken ‘die de scherpte in de afspraken krijgen’. Hij noemde naast de sector, gemeenten, provincies, maar ook Natuur en Milieu.
‘Meer vooruitwerken’
In het convenant wil de staatssecretaris kijken naar hoe de komende jaren de meest schadelijke middelen minder gebruikt kunnen worden. Erkens: „Er zal best uit de gesprekken komen dat bepaalde middelen in de toekomst niet meer mogen. Dat moet dan wel op de basis van wetenschappelijk onderzoek gebeuren.” Het principe ‘Better safe dan sorry’ hanteren en dus geen risico nemen en middelen niet te laten gebruiken, heeft hij liever niet want dan heeft de sector een groot probleem met de teelten, gaf hij aan. Volgens Erkens zou aan de voorkant al beter bekeken moeten worden welke alternatieven er voor deze meest schadelijke middelen ontwikkeld moeten worden. „We moeten veel meer vooruitwerken, dan zoals we nu, incident-gedreven, bezig zijn.”
Bufferzones niet per se de route
Hij gaf aan dat bufferzones, zoals gemeente Westerveld heeft ingesteld, een onderdeel kan zijn in het nieuwe convenant om zo een level playing field in Nederland te krijgen. Toch noemde dat dit niet per se de route is die hij voorstaat. „Ik wil me niet vastleggen op bufferzones. Je moet de maatregelen nemen die het meest effectief zijn.” Als op een andere manier de meest schadelijke middelen uit de roulatie kunnen worden gehaald, dan hoeven die bufferzones niet, zo vindt hij. „En dan heb je ook de winst geboekt die je wilt.” Hij gaf aan dat het instellen van bufferzones in de toekomst namelijk ook een rem kan geven op woningbouw of ondernemen. Erkens vraagt gemeenten te wachten met eigen beleid rondom gewasbescherming omdat het convenant met een oplossing komt.
In belang van de sector dat er een convenant komt
De staatsecretaris verdedigde zich op de vraag waarom de overheid zelf niet meteen met wetten en regels komt als volgt. „Alles valt of staat met of telers de afspraken en maatregelen gaan uitvoeren. Daarom willen we het samen doen met de sector.” Wel gaf hij duidelijk aan dat het een bindend convenant is; als de afspraken gemaakt zijn, wordt er ook op gehandhaafd. „De overheid borgt de afspraken in het convenant, de afspraken zijn dus niet vrijblijvend.” Hij voegde er duidelijke taal aan toe; komt er geen convenant, dan pakt de overheid zelf de regie en komt ze met wetten en regels.
Hij verwacht overigens niet dat het zo ver komt omdat ‘de sector vraagt om een convenant en ambitieuze afspraken omdat de huidige route volledig mis dreigt te gaan’. Hij doelt op het feit dat telers steeds minder middelen beschikbaar hebben en de polarisatie en de zorgen in de samenleving op gezondheid, water en natuur toenemen. „Er moet een convenant komen. Anders wordt het te veel uitgevochten bij de rechter en komen gemeenten ieder zelf met beleid en eigen regels. Dat is een scenario waar de sector niet verder in terecht willen komen. De sector heeft dus belang bij ambitieuze afspraken.”
In het item komen onder andere ook David Bömer van Treeport Zundert aan het woord, net als Tineke de Vries, voorzitter van LTO Akkerbouw, een bezorgde omwonende in Boxtel en iemand van de Parkinsonvereniging.
