’Het energieconvenant voor de glastuinbouw is aan herijking toe’, schrijft Drift/&Flux in een evaluatie. Op papier kan de sector zijn klimaatdoel voor 2030 nog steeds halen, maar in de praktijk lopen ondernemers vast op een gebrek aan alternatieven. En WUR waarschuwt dat het klimaatbeleid telers op hoge kosten dreigt te jagen. Is er een uitweg uit deze ’chaosfase’?
De energietransitie in de glastuinbouw bevindt zich in de ’chaosfase’. Dat concludeert onderzoeksbureau Drift/&Flux in een evaluatie van het energieconvenant, uitgevoerd in opdracht van het kabinet. Het woord ’chaosfase’ betekent hier niet ’een enorme puinzooi’, maar het schijnt een bekende overgangsfase te zijn in een transitie, waarin oude structuren worden afgebroken terwijl het nieuwe systeem nog niet gereed is. Dat klinkt wat minder zorgelijk.
Het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 is opgesteld door overheid en glastuinbouw, om de sector te helpen om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Voor 2030 is al eerder een tussendoel afgesproken: de restuitstoot moet dan uitkomen op 4,3 Mton CO2-equivalenten. Tot en met 2024 lag de sector goed op koers, maar sindsdien staat de emissiereductie zo goed als stil. Het blijkt met name lastig om een alternatief te vinden voor de WKK op aardgas. De stroomnetten zitten vol, warmteprojecten lopen vertraging op en met de beschikbaarheid van externe CO2 gaat het niet de goede kant op. Intussen loopt de beprijzing van CO2-emissie op.
