Drones die motten tot confetti vermorzelen doen het goed in de media. Deze ’vleermuisdrones’ – want ze zijn klein en vliegen in het donker – van PATS waren onlangs weer te zien in de uitzending ’Groene Pesticiden’ op NPO2, als voorbeeld van hoe technologie een rol speelt in de verduurzaming van de tuinbouw. De ontwikkelingen rond drones gaan snel. Dat begrijpen we mede via slecht nieuws uit oorlogslanden. Maar hoe loopt het in de tuinbouw?
Bram Tijmons van PATS laat regelmatig zien hoe zijn ’vleermuisdrones’ motten in de kas opzoeken en vervolgens bestrijden. Die toepassing van zijn drones is in de praktijk bij enkele siertelers een waardevolle aanvulling bij de motbestrijding. „Het scouten van de motten gaat goed, maar het onderscheppen blijkt in de praktijk complexer dan gedacht”, vertelde Tijmons onlangs tijdens het EnergieEvent in Bleiswijk. Het ontwikkeltraject van het bestrijden met drones loopt verder, maar de focus van het bedrijf is verlegd: met vaste camera’s in de kas realtime gegevens over activiteit van plagen in de kas omzetten in gerichte adviezen en zo biologische strategieën op kwekerijen ondersteunen bij het eerder, gerichter en duurzamer ingrijpen. Deze dataverzameltechniek heet PATS-C.
Ondertussen zijn er in de sierteelt nog enkele ontwikkelaars van dronetechnieken actief. Er wordt inderdaad al best veel over drones gezegd en geschreven, vertelde een adviseur gewasbescherming toen ik hem belde. Hij ziet de drones zelf nog nauwelijks op de bedrijven die hij bezoekt. Toch waardeert hij de initiatieven. „Alleen al voor het scouten zie ik veel kansen voor drones en de software die daarbij hoort. Op diverse bedrijven kan het scoutteam nu al hulp gebruiken omdat de benodigde kennis en tijd voor het scouten ontbreekt.”
