Provincie Drenthe doet onderzoek naar het voorkomen van systeemvreemde stoffen in twee Natura 2000-gebieden; namelijk Elperstroom en Holtingerveld. Ze laat monsters nemen en laat die analyseren. In de laatste vergadering van Provinciale Staten stemde PS in met een budget van ruim drie ton voor dit onderzoek.
Voor 2026 stelt PS € 323.185 beschikbaar voor het onderzoek, dat onderzoek loopt overigens ook nog door in 2027. Met de metingen wil de provincie meer te weten komen over het type stoffen dat in natuurgebieden voorkomt. De provincie schakelt onderzoeksbureau Tauw in voor de monsternames en adviesbureau CLM is betrokken bij de analyses van de data.
Er worden verschillende monsters uit bodem, vegetatie (blad) en water worden genomen en geanalyseerd. Daarbij kijkt men naar bestrijdingsmiddelen (overigens breder dan alleen voor landbouwkundig gebruik), PFAS, micro plastics, zware metalen en nutriënten. Er wordt een jaar lang zes keer metingen verricht; er zijn tweemaandelijkse meetrondes. Dat gebeurt op verschillende afstanden het gebied in (0-250-500 meter vanaf buitenzijde van het gebied en het middelpunt van het Natura 2000-gebied).
Onderbouwing voor beleid
Janet Kater, woordvoerder van de provincie: „Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State (2 april 2025) hebben we handhavingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen opgesteld. Op dit moment is daarvoor nog geen uniform landelijk beleidskader, maar hebben we wel te maken met veel handhavingsverzoeken en die willen we op een consistente manier afhandelen. Het uitvoeren van onderzoek naar systeemvreemde stoffen in Natura 2000 gebieden speelt daarbij een belangrijke rol en geeft informatie over wat er wordt gevonden, geeft meer inzicht hoe de stoffen zich verspreiden en het onderzoek kan wellicht iets zeggen over waar de stof vandaan komt.”
Volgens Kater wordt met het onderzoek feitelijke informatie verzameld voor een solide onderbouwing voor het beleid van de provincie, zoals onder andere staat in de beleidsnotitie lelieteelt in Drenthe 2025- 2028. De notitie komt voort uit de uitspraak van de Raad van State op 2 april 2025. Die stelt dat lelietelers vergunningsplichtig zijn als zij niet met zekerheid kunnen aantonen dat er géén significante negatieve effecten zijn van de middelen op de natuur.
Draagt bij aan landelijk protocol
Op basis van de uitslagen van het bemonsteringsonderzoek van één jaar zal niet opeens het beleid radicaal veranderen, stelt Kater. „Het is één van de instrumenten waar we als provincie naar kijken om ons beleid te evalueren, te ontwikkelen en te bepalen.” Ervaringen en lessen vanuit dit eerste onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot haalbaarheid, uitvoerbaarheid en monstername, dragen bij aan een verbeterde opzet van eventueel vervolgonderzoek in de overige Natura 2000-gebieden. Tevens kunnen de opgedane ervaringen als relevante input dienen voor het nog op te stellen landelijke protocol voor dergelijke bemonstering.
BBB wil goede duiding in rapport
Tijdens de vergadering van PS diende de BBB een motie in. Statenlid Derk Evert Waalkens stelt dat de gegevens gedeeld moeten worden en de conclusies goed moeten worden geduid. Waalkens zei: „Begrijp eerst wat je meet en stel eerst de oorzaak vast voordat je allerlei conclusies trekt. Een stof aantreffen is één ding, maar aantonen waar die vandaan komt en wat de betekenis daarvan is, is iets anders. Daarom moeten de resultaten voorzien zijn van een zorgvuldige wetenschappelijke duiding. Dus niet alleen wat de resultaten betekenen maar ook wat ze niet betekenen.” BBB pleit dus voor het expliciet aandacht besteden in het rapport aan bronherleiding, onzekerheden en alternatieve verklaringen. Met 17 stemmen voor en 15 tegen werd de motie van de BBB aangenomen.
Van het onderzoek wordt een eindrapport opgesteld met conclusies van de resultaten en eventuele aanbevelingen voor vervolgonderzoek. De data wordt uiteindelijk gepubliceerd in een digitaal openbaar dashboard.
