Verrood en PAR-licht hebben hun geheimen al grotendeels prijs gegeven. Over UV-licht is veel minder bekend. Het is bijvoorbeeld pas in 2011 ontdekt dat planten een fotoreceptor hebben die reageert op UV-B. Reden om een kijkje te nemen aan de andere kant van het licht-spectrum. Wat kan UV betekenen voor de plant? En waar gaat het juist schade aanrichten?
Ultraviolet licht vormt maar een klein deel van natuurlijk zonlicht. Mensen kunnen het nauwelijks met de ogen waarnemen. Wel met de huid, als die bruin kleurt of rood verbrandt. Het UV-spectrum wordt onderverdeeld in UV-A, UV-B en UV-C. UV-C bereikt het aardoppervlak niet; dit wordt volledig tegengehouden door de ozonlaag. Gelukkig maar, want deze harde straling is schadelijk voor alle organismen. Van UV-B komt ongeveer de helft door de atmosfeer. Het grootste deel van het natuurlijke UV bestaat uit UV-A.
Toch is de absolute hoeveelheid UV gering. Bij vol zonlicht, rond 21 juni wanneer de zon het hoogst staat, bereikt ongeveer 2 µmol UV-B per vierkante meter per seconde het aardoppervlak. Ter vergelijking: de hoeveelheid PAR-licht bedraagt op dat moment ongeveer 2.000 µmol. Het aandeel UV-B is dus klein, maar biologisch niet onbelangrijk.
