Het CDA Noord-Holland wil een financiële overgangsregeling van één jaar voor houtduivenschade. De aanleiding is het beëindigen van de provincie Noord Holland van een schadecompensatie voor agrariërs zodra het nieuwe faunabeheerplan komend voorjaar in werking treedt. Dit laatste maakte de provincie onlangs bekend.
De provincie gaf aan dat agrariërs in Noord-Holland binnenkort houtduivenschade op hun percelen weer kunnen bestrijden zoals zij dat vóór 2023 gewend waren. De Faunabeheereenheid Noord-Holland (FBE) werkt immers aan een nieuw Faunabeheerplan Houtduif. Als het plan is vastgesteld en de vergunning verleend, kunnen houtduiven weer uit gewassen worden verjaagd met ondersteunend afschot. Als de vergunning er is, vervalt meteen de financiële tegemoetkoming voor schade veroorzaakt door houtduiven, aldus de provincie.
Oneerlijk
Het CDA noemt dat oneerlijk, omdat agrariërs buiten hun schuld om nog steeds forse schade zullen lijden. De houtduivenstand is niet in één maand teruggebracht naar het juiste niveau, zo redeneert het CDA. „De schade aan gewassen loopt in die periode gewoon door,” zegt fractievoorzitter Dennis Heijnen van het CDA. Het CDA bracht haar standpunt in bij de laatste Provinciale Statenvergadering van dit jaar.
Grotere populatie niet ineens minder
De houtduif werd in 2023 van de landelijke vrijstellingslijst gehaald. Hierdoor is lange tijd niet ingegrepen en is de populatie houtduiven sterk toegenomen, aldus het CDA. Ze geeft aan dat de provincie verwacht dat het nieuwe faunabeheerplan rond februari 2026 ingaat en vanaf dat moment is afschot dan weer toegestaan. De provincie zet de schadecompensatie dan wel per direct stop. Omdat het terugbrengen van de populatie tijd kost, zal de schade in de praktijk echter nog voorlopig aanhouden. Daarom vindt het CDA dat de provincie een overgangsregeling van één jaar moet instellen.
