Provincie Zuid-Holland stelt een regeling van € 2.483.000 open waarmee ze centrale wasplaatsen voor landbouwmachines, zoals veldspuiten subsidieert. De regeling staat open tot en met 9 juni. De centrale wasplaatsen worden met een bijdrage van tachtig procent gefinancierd met een maximum van € 300.000, inclusief 20.000 euro advieskosten.
In centrale wasplaatsen kunnen boeren en telers hun machines schoonmaken en het vuile water opvangen waarin resten van gewasbeschermingsmiddelen kunnen zitten. Zo komen deze stoffen niet in het oppervlaktewater. Voorheen is geprobeerd centrale wasplaatsen te subsidiëren, maar dat kwam niet van de grond.
Een centrale wasplaats kost al snel ergens tussen de 350 tot 450.000 euro. De subsidiabele centrale wasplaats heeft voldoende reinigingscapaciteit nodig en ook is de voorwaarde dat deze overdekt moet zijn, zowel van boven als via de zijkanten. De regeling kan ook gebruikt worden door een ondernemer die al een wasstraat heeft en deze geschikt wil maken om te delen met anderen.
Terugdringen erfemissie
Met de regeling zet de provincie in op het terugdringen van erfemissies, een belangrijke bron voor watervervuiling. Uit onderzoek blijkt dat tot 90% van de emissies van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater afkomstig kunnen zijn vanaf het erf, aldus de provincie.
Niet alleen landbouwbedrijven mogen meedoen aan de subsidie, ook mechanisatie- en loonbedrijven. Robbert Boon, sectorspecialist akkerbouw bij de provincie, hoopt dat hierdoor in sommige gebieden zoals in de Bollenstreek de subsidieregeling kansrijk is. „Bijvoorbeeld voor bedrijven die ook andere diensten verlenen voor telers, zoals kisten wassen en bedrijven die onderhoudsbeurten voor veldspuit doen.”
Minimaal 15 tot 20 deelnemers
Bij de nieuwe regeling investeert één ondernemer (de hoofdaanvrager) geheel zelf in de centrale wasplaats op zijn erf, maar werkt hij daarbij samen met andere telers die de wasplaats ook gebruiken. Dat moeten minimaal 15 agrarische bedrijven zijn. Volgens Boon maakt de subsidie het mogelijk dat de investering nu een stuk beter uit kan voor de hoofdinvesteerder. De ondernemer mag zelf het exploitatieplan bedenken, bijvoorbeeld door een soort van strippenkaart te maken voor de andere deelnemers.
Collectiviteitsgedachte
Boon: „De uitdaging is of er voldoende boeren en telers deelnemer willen worden van zo’n centrale wasplaats. De Kaderrichtlijn Water maakt dat de urgentie er is. Bovendien kijkt het Ctgb naar structurele normoverschrijdingen in het oppervlaktewater. Zit daar geen verbetering in, dan kunnen middelen in de toekomst wegvallen. Een centrale wasplaats kan dus een bijdrage leveren aan het behoud van middelen.”
Wordt de regeling een succes? Boon: „Het valt of staat met de collectiviteitsgedachte. Maar die zie ik in positieve zin veranderen. Zo zie je in de Bollenstreek dat velen al meedoen met de Regiocertificering.” Gezien het subsidiebedrag zou er ruimte zijn voor ongeveer 10 centrale wasplaatsen in Zuid-Holland. Mocht de subsidieregeling overtekend worden, dan denkt de provincie er aan het subsidiebedrag te verhogen om zo meer aanvragen te kunnen honoreren.
Opvallend is de 80 procent subsidie op deze regeling, want daartoe moet een provincie toestemming krijgen van de Europese Commissie omdat dit wordt gezien als staatsteun. „We hebben onderbouwd dat het een positief effect heeft op de ecologie”, aldus Boon.
Onafhankelijke adviseur is onderdeel van subsidie
Het samenbrengen van deelnemers die meedoen aan zo’n centrale wasplaats vraagt om zorgvuldige organisatie, onafhankelijke begeleiding en goede afstemming met regionale partijen. Zo moeten er afspraken worden gemaakt over de langjarige samenwerking. Daarom is een deel van de subsidie, namelijk € 20.000, bestemd om daar een onafhankelijke adviseur voor in te huren.
Meer informatie is te vinden op de subsidiepagina ‘Centrale wasplaatsen’ van de provincie. Op maandag 16 maart van 17:00 uur tot 18:00 is er een webinar over de regeling.
